inTRO

De “Gilde van den Edelen Ridder Sint Joris binnen Brecht” is reeds eeuwenlang een begrip in onze gemeente. Het verleden, de tradities en eigenheid van de gilde zijn uniek voor Brecht en omstreken. Onze vereniging herbergt een patrimonium aan plaatselijke historie, die bij onze voorgangers ontsproten is en onderhouden werd. Aan ons, huidige gildebroeders, en aan hen die na ons komen, om te waken over dit cultureel erfgoed en de tradities voort te zetten.

Deze website wil U, beste lezer, informeren over onze aloude vereniging, en laten meeleven met het plaatselijke gildewezen.

Veel leesgenot.

01

OORSPRONG VAN DE GILDEN

Vele schuttersgilden zijn trots op hun hoge ouderdom, wat zeer terecht is. De geschiedenis gaat immers terug tot in de 13e en 14e eeuw.

Een groot deel van Vlaanderen hoorde toen, samen met een deel van Nederland, tot het hertogdom Brabant. Dit hertogdom had een feodale structuur: het was opgedeeld in vele grondgebieden: “lenen”. Aan het hoofd van zulk leen, stond de leenheer. Deze moest verantwoording afleggen aan de hertog. De leenheer heerste over zijn lokale bevolking, bestaande uit landlieden, ambachten,… (leenmannen).

Tijdens de vroege middeleeuwen waren er vele oorlogen en onlusten, waarbij de hertog van Brabant zijn leenheren aansprak om mee ten strijde te trekken. Op hun beurt spraken de leenheren hun leenmannen aan, die zijn krijgsmacht vormden. Deze leenmannen waren tot de dienst verplicht, een officieel leger bestond immers niet.

Ten tijde van vrede, ontstonden er groepen van leenmannen (broederschappen) die zich over de bescherming van de bevolking en families ontfermden. Deze groeperingen kregen stilaan een zekere structuur en vormden het ontstaan van de gilden. De functie van de ontstane gilden was dus “be-schutten” van de leefgemeenschap, ze waren als het ware de voorlopers van de civiele bescherming en politie.

Aanvankelijk behielpen de gilden zich met primitieve middelen ter verdediging, pas later kwamen er wapens (voetboog, handboog,…)

Lees meer over de geschiedenis van schuttersgilden in Vlaanderen

Onze Sint-Jorisgilde in 1891

Onze Sint-Jorisgilde vandaag.

02

Ontstaan van de Sint Jorisgilde Brecht

De juiste datum van het ontstaan van onze gilde is helaas niet bekend. Vele waardevolle geschriften en bewijsstukken zijn in de loop der eeuwen verloren gegaan of vernietigd. In een brochure, handelend over de “Schuttersgilden in de Antwerpse Kempen”, van het K.C. Peetersinstituut voor Volkskunde, staat te lezen: Documenten bewijzen het bestaan van schuttersgilden, onder andere in Brecht, en dit vanaf de tweede helft van de 14e eeuw. Ons hierop baserend, en rekening houdend met gewezen geschriften en oorkondes, kunnen we het begin van onze gilde best situeren.

In dit verband kunnen we best verwijzen naar de “Slag van Baesweiler” in augustus 1371. Er werd strijd geleverd tussen Wenceslaus, hertog van Brabant, en Willem, hertog van Gulik, in dit stadje iets ten noorden van Aken. Brecht hoorde tot het hertogdom Brabant en stond op dat moment onder het gezag van 2 heren: Hendrik van Cuyck en Geeraerd van Vorsselaer. Beide heren (ridders) stonden aan het hoofd van een legerbende waarbij zich met zekerheid strijders van Brecht bevonden. De geschriften vermelden: “Zonder twijfel waren er ook leden van de Sint Jorisgilde aanwezig, die samen met hun heren, naar het slagveld optrokken.”. De strijd eindigde noodlottig voor de hertog van Brabant, en Hendrik van Cuyck sneuvelde op 21 augustus 1371. Met dit gegeven kunnen we stellen dat de Sint Jorisgilde Brecht reeds bestond voor 1371.

In 1997 schreef Gildebroeder Frans Van Looveren de stad Baesweiler, om een lijst van ridders te bekomen die aan de zijde van Hendrik van Cuyck en Geeraerd van Vorsselaer hadden deelgenomen aan de strijd. Frans kreeg destijds dit antwoord van Kurt Fassbinder, heemkundige en kroniekschrijver uit Baesweiler.

Er wordt ook verwezen naar een uitnodiging, door de Sint Jorisgilde van Brecht aan de gilde van Hoogstraten, voor een schutterij, en dit in het jaar 1464.

Een derde belangrijke aanduiding voor de beginperiode van de Sint Jorisgilde, zijn de luikdeuren van het Heilig Kruisaltaar in de Sint-Michielskerk van Brecht. Rond de jaren 1490 werd een nieuw en prachtig altaar gemaakt voor de gilde. Dit altaar was aan de Sint-Jorisgilde geschonken door 2 Brechtse ridders: Cornelius van der Noot (heer van het Verbrand Hof), en Jan van den Wijngaarden (wonend op een goed op Stapelheide). In augustus 1795 werden de altaren van de gilden in onze kerk afgebroken, maar de luikdeuren van het Sint-Jorisaltaar werden overgebracht naar de kapel van Overbroek. Door de vochtigheid en erbarmelijke omstandigheden leden de luikdeuren erg veel, maar werden gelukkig in 1863 naar Antwerpen overgebracht voor restauratie. Ze werden nadien terug overgebracht, naar onze kerk in Brecht en gehangen aan het nieuwe Heilig Kruisaltaar (1902). Langs de buitenkant van de luiken ziet men de 2 biddende ridders (schenkers), met daarachter een schare gildebroeders, met lange mantels getooid (tabbaarden). Op de schouderstukken is een kruisboog afgebeeld: het wapen van de gildebroeders. De luikdeuren werden geschilderd door Goeswijn van der Weyden in 1492 en verwijzen naar de Sint-Jorisgilde. Meer over het Heilig Kruisaltaar en de legende van Sint-Joris kan je hier vinden.

Cornelius van der Noot

Jan van den Wijngaarden

De archieven vermelden de aankoop van laken, tot het maken van de bijzondere kleding, door de dekens van de gilde op 9 juni 1516.

Vanaf  die tijd is het bestaan en de bloei van de gilde door verschillende akten bevestigd.

03

Naam en situering

De volledige naam van onze gilde is: “Gilde van den Edele en Heilige Ridder Sint Joris binnen Brecht”.

Sint Joris: in de loop der geschiedenis, waren er verschillende gilden in Brecht:

  • St. Sebastiaangilde (ongeveer in 1618 opgericht)

  • St. Ursulagilde (1594)

  • St. Jansgilde (eerste helft van de 17e eeuw)

  • St. Antoniusgilde (1708)

  • St. Hubertusgilde (eerste helft van de 18e eeuw)

Van deze gilden was allicht de St. Sebastiaangilde de voornaamste (handboog). De St. Jorisgilde is uiteraard de oudste en de enige nog bestaande gilde.

Naam: de naam van de St.- Jorisgilde verwijst uiteraard naar de patroon St. Joris.
De term “binnen Brecht” is als volgt te verklaren:

Heer Hendrik van Cuyck (leenheer tot wie Brecht behoorde) woonde niet in Brecht zelf maar in Antwerpen. Wanneer hij ten strijde moest trekken, verzamelde hij een aantal manschappen die zijn “leger” vormden. Omdat Brecht zijn heerlijkheid was, moesten die mensen allemaal van Brecht zijn. De daaruitvloeiende gilde heeft daarom ook in zijn volledige naam de vermelding: “binnen Brecht”.

Er zijn veel gilden in de Kempen en in gans Vlaanderen, maar volgens de “Geschiedenis van de schuttersgilden in Vlaanderen”, “is elke gilde uniek, maar die van Brecht nog iets meer dan de anderen…”. Dit komt door:

  • de ouderdom (meer dan 650 jaar!)

  • Het blijven hanteren van tradities en geplogenheden

  • De specifieke kledij (tabbaarden). Deze van heden dateren van 1945.

Allicht is onze “guld” de oudste van Vlaanderen.

04

DE EEDAFLEGGING

Om lid te worden van de Sint-Jorisgilde, dient de kandidaat een eed af te leggen.

Vaak gingen (en gaat) het “gildebroeder” worden over van vader op zoon, maar dat is natuurlijk geen algemene regel, iedereen kan lid worden.

Een kandidaat-lid wordt verondersteld van “goeder naam en faam” te zijn, en moet “voorgedragen” worden aan de andere gildebroeders. Daartoe stelt de hoofdman de kandidaat voor, en stelt de vraag aan de gildebroeders of hij de eed mag afleggen en mag toetreden tot de gilde.

Na een positief antwoord (wat quasi altijd zo is), legt de kandidaat de eed af, terwijl hij de vlag vasthoudt. De eed, die door de hoofdman wordt voorgelezen en dient nagezegd, luidt als volgt:

“Ik zweer de heilige ridder Sint Joris, te vereren, de raad van hoofdman, koning, dekens en oudermans onderdanig te zijn in wat zij mij zullen voorbehouden tot voordeel dezer gilde, het nadeel derzelde te weren, kortom alles te doen wat een goed schutter en gildebroeder schuldig is te doen”.

Deze tekst is nog steeds de originele zoals beschreven in de “oude caerte van 1600”. Onder applaus wordt de nieuwe gildebroeder ingelijfd in de gilde. De eedaflegging gebeurt op de St-Huybrechtsdag, 3 november, dag van de algemene vergadering van de gilde.

Er wordt geen lidgeld betaald, wel “rotgeld” (10€), een soort boete voor de gildebroeders die niet aan de schutterij deelnemen. De schutters die wel aan de schutterijen deelnemen, maar niet aanwezig (kunnen) zijn op het “Rotten”, betalen 7 euro. Het “Rotten” is een speciale schutterij (eerste zondag van juli), waarbij de schutters in 2 groepen verdeeld worden: blad en bloem. De regelmatige schutters, die echter te weinig loten schieten (minder dan 10),betalen 3 euro Schuttersgeld.

Gildebroeder ben je voor het leven, eens de eed afgelegd word je als gildebroeder begraven…

En hoe zit het met de vrouwen? We spreken over “gildezusters”, maar zij leggen geen eed af en gaan niet mee in optochten… maar mogen wel mee feesten! (ten bewijze: een teruggevonden rekening van de speelman in 1619, die vertelt over een feest met gildebroeders en hun vrouwen!)

De nieuwe lichting Gildebroeders van 2022

05

Het bestuur van de gilde, de leden

Hoofdman

Aan het hoofd van de gilde staat de Hoofdman. De Hoofdman wordt gekozen bij meerderheid van stemmen.
Sinds 3/11/2020 is dit Achiel Van Ballaert. Hij volgde hiermee August Hendrickx op als hoofdman.

Omwille van zijn gewaardeerde verdiensten binnen onze Sint-Jorisgilde, zowel als gildebroeder en als hoofdman, kreeg August Hendrickx de titel van Ere Hoofdman van onze vereniging. Hij was ook actief in de Hoge Gilderaad van de Kempen, en woont nog steeds, samen met zijn echtgenote, Chris, in het centrum van Brecht.

Volgens de archieven was Andries Smidt, schout,de eerste hoofdman (1558). De lijst van hoofdmannen, door de eeuwen heen, is nauwkeurig bijgehouden. De meest recente hoofdmannen waren:

  • August Hendrickx (1990-2020)

  • Achille Couvreur (1972-1990)

  • Felix De Bruyn (1964-1972)

  • Rene Van Ostayen ( 1936-1964)

  • Karel de Bruyn (1926-1936).

Alhoewel het geen algemeen gebruik is, vonden we in de archieven een “Lied voor De Nieuwen Hoofdman” terug (1937).
Lees meer over “enkele markante Hoofdmannen” uit het verleden Andries Smidt, René van Ostaeyen en Achille Couveur.

Felix De Bruyn

Achille Couvreur

Rene Van Ostayen

Karel de Bruyn

Achiel Van Ballaert

August Hendrickx

De smalle raad

Bestaat uit:

  • De hoofdman

  • De 2 dekens: Kris Van Ginneken (jonge deken) en Frans van Looveren (oude deken)

  • De Penningmeester: Marcel Vrints

  • De Koning: Kurt Bartholomeeusen

Deze gildebroeders vormen het dagelijks bestuur en komen geregeld (maandelijks) bijeen. Ieder jaar, op 3 november, vervalt het mandaat van de oude deken, en neemt de jonge deken, de vrijgekomen plaats in. De post van de jonge deken is dan vacant, de gildebroeders kunnen dan opnieuw iemand voor deze plaats kiezen.

Marcel Vrints

Kurt Bartholomeeusen

De brede raad

Bestaat uit:

  • De hoofdman

  • De 2 dekens

  • De penningmeester

  • De koning

  • De oudermans: Louis Mertens, Patrick Janssen, Manu Bruneel, Willy Van Gastel

    (Gildebroeders met een lange staat van verdiensten)

  • De keizers: Jan Vemeiren en Kris Van Looveren

  • De archivaris: Jos Van Dijck

  • De oude koningen: Dave Wouters en Stefaan Joosen.

Afhankelijk van de activiteiten komt de brede raad samen, meestal is dat om de enkele maanden.

Jan Vemeiren

Kris Van Looveren

Willy Van Gastel

Jos Van Dijck

Dave Wouters

Stefaan Joosen

Samenstelling van de gilde

Buiten de reeds genoemde functies, zijn er nog een aantal andere taken in het bestand van de gildebroeders. Afhankelijk van het ledenaantal en de interesses, worden deze taken ingevuld. Bij optochten, gildefeesten, processies hebben ook deze mensen een aparte en speciale kledij en een bijhorend attribuut.

Wij noemen even op:

  • De knaap: werd op de hoogte gebracht van alle activiteiten en moest ze meedelen aan alle leden

  • De vaandeldragers (of vlaggedragers): hier moeten we onderscheid maken tussen:

    • de “cornet”: is de vaandeldrager te paard. Bij optochten gaat de cornet als eerste. Zijn vaandel (in sommige gilden, de standaard) zit in een beugel, vastgehecht aan het zadel.

    • de “vlaggedrager”: Jos Wouters. Draagt de gildevlag, en stapt achter de ruiter bij optochten.

    • de “alferis”: Guy Donckers. Dit is de vaandeldrager te voet. Tijdens optochten zwaait hij zijn vaandel en brengt kleur en beweging in de stoet. De functie van alferis was en is zeer voornaam:

      • het vaandel dragen in optochten

      • bij de koningsschieting: eens de gaai geveld en de nieuwe koning bekend is, volgt een gebruikelijke ceremonie. Een onderdeel daarvan is een act van de alferis, die een “vlaggespel” opvoert (reeks figuren). Nadien moet de nieuwe koning over het vaandel stappen.

      • bij de gildefeesten of landjuwelen, is het “vendelen” een discipline. In de Kempische gilden, dient daarbij de “Brechtse Figurenreeks” te worden uitgevoerd. Deze Brechtse Figurenreeks werd inderdaad opgetekend in Brecht. Vendelier en gildebroeder Stan Gijsen, demonstreerde ze in 1937. De reeks bestaat uit een opeenvolging van 15 figuren, waarbij de uitvoerder ervoor moet zorgen dat de stok of het vaandel de grond niet raakt.

  • De “roffelaar” (trommelaar of tamboer): Kurt Bartholomeeusen. Stapt mee op in optochten en moet bij gildefeesten of landjuwelen wedijveren met roffelaars van andere gilden.

  • De “rotentrekker”: Leo Meeusen. diegene die waakt over de goede orde (rechte lijnen) bij optochten, en de gilde voorstelt aan de jury.

  • De “maagdekens”: 4 of 5 jonge meisjes (+/- 12 jaar) die bij optochten de gewonnen landjuwelen of trofeeën dragen.

Jos Wouters

Guy Donckers

Frans van Looveren

Kris Van Ginneken

Patrick Janssen

Louis Mertens

Leo Meeusen

Kurt Bartholomeeusen

In de oude archieven vinden we ook nog terug:

  • De speelman: zorgde voor vermaak op de feesten

  • De griffier: maakte verslagen en noteerde ze in een boek

  • De altaarmeester: was verantwoordelijk voor het religieuze materiaal (altaar, kaarsen…). In de jaren 1400-1700… werden de gildebroeders verzocht elke week een Heilige mis aan het Sint-Jorisaltaar bij te wonen (op zondag, tussen de vroegmis en hoogmis… bij afwezigheid moest een boete betaald worden!).

  • De kapellaan-proost: ook priesters konden gildebroeder zijn. Een voorbeeld in Brecht is pastoor Bouckaert en EH. Verberne.

  • De doedelzakspeler

Leden

Hierbij volgt de actuele lijst van gildebroeders. De Sint-Jorisgilde van Brecht is een mannengilde, dit wil zeggen dat enkel mannen de eed kunnen afleggen. De dames (gildezusters) zijn echter van harte welkom bij feesten en bijeenkomsten!

Op 24 mei 2023 bestond de ledenlijst uit volgende gildebroeders.

06

DE CAERTE

De Caerte is een geschreven tekst, waarin de gewoontes, verplichtingen, gebruiken en geplogenheden worden vermeld, en de manier waarop ze worden toegepast.

Het is eigen aan de gilde en is de leidraad waaraan de gilde en gildebroeder zich dient te houden.

Wij hebben in Brecht de aloude Caerte, daterend van 1600. Dit werk werd geschreven door een zekere Hendrik Wassenbergh, en is het meest authentieke voor onze gilde.

Er waren echter vele gilden, die meenden hun “Caerte” bij de hoofdgilde van Leuven te moeten halen. Dit was geen verplichting, maar in geval van meningsverschillen, werd door de plaatselijke gilden beroep gedaan op de hoofdgilde van Leuven. In Brecht is sprake van de “Nieuwe Caerte”, daterend van 1729, geschreven door L. Heyns, en afkomstig van de hoofdgilde uit Leuven. Deze “Nieuwe Caerte” verschilt echter weinig van de “Oude Caerte” die dan ook als algemene leidraad wordt beschouwd.

Enkele van de vele items die in de Oude Caerte worden beschreven:

  • De eedaflegging

  • De gebruiken bij de schutterij

  • De koningsschieting

  • De kerkelijke plichten

  • De teerfeesten

  • De begrafenissen

We hebben van de “Oude Caerte” en de “Nieuwe Caerte” nog de originele oud-Nederlandse teksten, en een vertaling gemaakt door Victor Beulens in 1983.

07

DE SCHUTTERIJ

De activiteit die een bijzondere plaats inneemt in het gildeleven is ongetwijfeld de schutterij. De Sint-Jorisgilde van Brecht hanteert daarbij de voetboog.

Onze gilde beschikt over een 40-tal bogen, waarvan er 15 in het gildecafé hangen, en enkel decoratief zijn (worden dus niet meer gebruikt). De andere +/- 25 bogen bevinden zich in de gildekamer een worden aangewend bij schutterijen.

Vanaf 1 mei tot en met 31 oktober vindt wekelijks de schutterij plaats, telkens op zondag vanaf 10u-13u. Dit is in tegenstelling tot de oude kaart, die de schutterij vermeld op zondagen vanaf 17u. Doch door de evolutie van de vrije tijd, was men genoodzaakt om het uur te veranderen.

De eerste schieting (dus op 1 mei) noemt men het “openschieten van de doelen”, waarbij de heersende koning de eerste beurt krijgt.

  • De schutterij vindt plaats op “den Doel”, ter streke van het Laar, en dit al vanaf 1729. Er wordt geschoten over een afstand van 70 meter. Over deze afstand staat links en rechts een rij populieren, dit alles volgens de voorschriften van de oude caerte van 1600.

  • Het resultaat van de wekelijkse schutterij wordt nauwkeurig opgetekend in het schuttersboek, waarvan er nog verschillende exemplaren bewaard zijn. Het oudste dateert van 1932.

  • Telkenjare, op 3 november, worden de resultaten kenbaar gemaakt en worden de schutters bedacht met een prijs.

Ferraris Kaart uit 1778.
Op de locatie waar nu zich onze “guld” bevindt stonden destijds reeds een aantal rijen met bomen…

“Den Doel” vandaag

De Koningsschieting

Om de 3 jaar wordt de koningsschieting georganiseerd. Meestal is dat op de eerste (of de tweede) zondag van september. Indien er om 18u nog niemand in geslaagd is de vogel te vellen, wordt de schieting de zondag erna verder gezet.

De Koningsschieting is een hoogtepunt in het gildeleven. Het is een bijzondere gebeurtenis die gepaard gaat met tal van geplogenheden, die reeds eeuwenlang bestaan. Volgens de archieven vond de eerste koningsschieting plaats in 1601, Peeter der Muyden werd koning. Aanvankelijk vond deze schieting jaarlijks plaats, nadien was er geen echte regelmaat en waren er diverse tussenpozen tussen de 2 koningsschietingen.

Pas vanaf de 20e eeuw (dus na 1900) is het vast stramien van om de 3 jaar begonnen.
Het tijdschrift “Oudheid en Kunst” (1909) publiceerde destijds een lijst van koningen die start in het jaar 1601.

Bij de Koningsschieting stappen de gildebroeders, in groot ornaat, naar de staande wip (sinds 2008 op het chiroplein te Tilburgbaan, vroeger op diverse locaties). De schutters mikken op de vogel (gaai) die op een hoogte van 30m staat.

Vooraleer de schutterij begint, mogen genodigden (burgemeester-pastoor-koningen van naburige gilden-…) hun kans wagen. Dan is het de beurt aan de heersende koning, die 3 “voorschoten” mag doen. Slaagt hij er niet in de gaai te vellen, wordt overgegaan tot de schutterij, waarbij elke gildebroeder aan de beurt komt en gelijke kansen heeft. De volgorde wordt bepaald door de eedaflegging.

Eens de vogel afgeschoten, wordt de nieuwe koning gevierd. Hij krijgt een lauwerenkrans op het hoofd, stapt over het vaandel, drinkt de “koningswijn” en de gildebroeders zingen het koningslied, ter zijner ere. De nieuwe koning wordt lid van de raad, is verplicht een zilveren schild van tenminste “1 ons” te schenken en aan de breuk te hangen, is verantwoordelijk voor de schutterij en… houdt de gildebroeders “vrij” de dag van de schutterij en biedt hen, binnen het jaar, een maal (koningsmaal) aan!

Koning zijn is dus een hele taak, maar het is natuurlijk een bijzondere eer deze titel te dragen. Op zondag 10 september 2023 vond recent de koningsschieting plaats. Gildebroeder Kris van Ginneken schoot de vogel af, maar besloot het koningschap niet te aanvaarden. Kris is immers reeds deken van de gilde en heeft derhalve al een belangrijke taak te vervullen. Zodoende werd hij “Prins”. De schutterij werd hervat, en het was gildebroeder Kurt Bartholomeeusen die enige tijd later de vogel neerhaalde. Kurt aanvaardde het koningsschap en de verplichtingen die deze titel meebrengt. Hiermee herhaalt Kurt de familiale traditie: overgrootvader Henri werd ook koning van de gilde ( en later keizer!), juist 75 jaar geleden!

Dat de Koningsschieting een belangrijk en heugelijk gebeuren was, blijkt onder andere uit een getuigenis van louis Wilmets en het bestaan van “het Koningslied”.

Om de 3 jaar is het dus Koningsschieting, diegene die 3 x na elkaar koning schiet, wordt Keizer. Onze gilde heeft momenteel 2 keizers: Jan Vermeiren en Kris Van Looveren. De eerste keizer was Jan Hendrickx (1610).

08

Lokalen en schutterijplaatsen

De Gildekamer

Het overgrote deel van de gildebezittingen is opgeborgen in de gildekamer. Een aantal oude bogen en trofeeën bevinden zich in het café van de gilde. De gildekamer werd opgericht in de jaren 1975 – 1979 onder impuls van de toenmalige hoofdman, Achille Couvreur, die tevens secretaris was van de gemeente Brecht.

Het gebouw heeft een afmeting van 4.5 m op 11.5 m, is gebouwd in baksteen, en bestaat uit een groot deel (4.5 m x 8.5m) en een kleiner deel (4.5 m x 3m). In het grote deel staan of hangen de bogen, de kartels, vlaggenstokken, trofeeën. Er is een ruime houten tafel (1 m x3.5m) omringd door 11 houten stoelen. Een immense kroonluchter bevindt zich boven de tafel. In het kleine gedeelte staan kasten voor de opberging van de speciale kledij (tabbaarden) van de gildebroeders, evenals de speciale dracht voor de ruiter, de maagdekens, de vendelier en de roffelaar. Deze kasten bevatten tevens boeken en geschreven materiaal van en over de gilde.

De gildekamer heeft een middeleeuws uitzicht en kadert volledig in het kader van de aloude gilde. Een aanzienlijk aantal gildebroeders hebben samengewerkt om dit gebouw, waar vroeger niets stond, te realiseren. De officiële inhuldiging vond plaats op 28 april 1979. In een verder gedeelte worden vele foto’s van deze realisatie gebundeld.

Het Gildecafé

Tegenover de gildekamer bevindt zich het gildecafé. Hierin treffen we allereest en immense houten toog aan, met marmeren blad en met een tapinstallatie.

Een aantal houten tafels (13 in totaal), houten stoelen (een 50-tal) en een houten zitbank, bieden plaats en ruimte aan een 60 tal mensen. Het interieur van het café wordt verfraaid door een aantal oude bogen (15) die niet meer in gebruik zijn.

Tinnen schotels (25), gewonnen tijdens gildefeesten, hangen bovenaan. Fraaie foto’s vertellen ons over het verleden van de gilde, waarbij belangrijke personages (hoofdmannen, koningen, keizers) in beeld worden gebracht. Netjes geschilderde houten schilden (4) en fraaie muurschilderingen bevinden zich tegen de wand.

Een goed ingerichte keuken is geplaatst aan de zijkant van het café. In het café vinden de teerfeesten, vergaderingen en bijeenkomsten plaats.

Het gildecafé werd gebouwd in de jaren 1988 en 1989, en heeft een afmeting van 9m op 5.5 m (+ keuken van 5 m op 5 m). De werken gebeurden door de gildebroeders. Voorheen stond hier enkel een luifel met een deur die toegang verleende naar het café van Jos Van Peer.

Den doel

De schutterijen vinden plaats op “den Doel” gelegen tussen de gildekamer en het gildecafé. Deze activiteit vindt wekelijks plaats op zondag, waarbij er tussen 10u en 13u wordt geschoten op het geluksblazoen (een ruitvormige plaat met ringen), en dit vanaf 1 mei tot 31 oktober. Tevens wordt er ook, op de eerste zondag van de maand, van 17u-20u, op het ringblazoen geschoten (zie afbeelding). De schutters schieten over een afstand van 70 meter naar het doel.

De plaats waar de schutter staat is een geplaveide oppervlakte waarin zich een koperen “knop” bevindt, die precies op 70 meter van het doel is geplaatst. Boven en rond de schutter is een houten constructie (3.7 m x3.1m) die begroeid is. Op deze manier is de schutter beschermd tegen de zon (en regen) en wordt een eventueel onverwacht afgeschoten pijl (enigszins) afgeremd.

De afstand tussen de schutter en het doel wordt afgezoomd door 2 rijen populieren, dit alles volgens de oude “caerte” van het jaar 1600. Twee houten schragen bevinden zich in de nabijheid van de schutter, hiertegen worden de bogen gezet om op te spannen. In deze omgeving bevindt zich tevens een zuil met het embleem van Sint Joris uitgehouwen, en 2 andere zuilen.

Een vernuftig system van een metalen kabel en 2 wielen brengt de pijlen terug van het doel naar de plaats van de schutter. Op een bord met verwijzing naar de getallen van het doel kan de schutter zien welk resultaat zijn poging heeft opgebracht. De resultaten op het geluksblazoen worden elektronisch doorgegeven, die van het ringblazoen met plaatjes. Achter het doel (in de Schoolstraat) staat een prachtige houten poort, geschonken door de toenmalige hoofdman René Van Ostaeyen in 1947.

“Den doel” is reeds in gebruik van het jaar 1729.

In 2022 bracht onze Sint Jorisgilde een boek uit over de gildebezittingen (onroerende en roerende bezittingen). het boek handelt over onder andere de lokalen, de bogen, gewonnen prijzen, landjuwelen en overige attributen. U kan dit boek op aanvraag verkrijgen via één van onze contacten aan de prijs van 25 euro.

09

OVERIGE ACTIVITEITEN

De teerfeesten

Er wordt 3 keer per jaar geteerd, en dit op vaste tijdstippen en volgens een vast programma.

  • Op vastenavond: “vissouper”, met kabeljauw als hoofdgerecht

  • Het “grootteren”: gebeurt op de maandag na Sint-Joris (23 april). Op de menu: witte en groene bonen, rol en hesp. Traditioneel wordt het grootteren “ingeluid” met het Klokkenluiden op de zondag voordien (16u). Een gebruik dat reeds plaatsvond in 1600 (volgens de Oude Caerte!)

  • Op Sint-Huybrecht, 3 november. Dan staat “hutsepot” op het menu.  Op 3 november vindt tevens de “algemene vergadering” plaats met volgende agendapunten:

    • Jaarverslag penningmeester

    • Eedaflegging nieuwe leden

    • Verkiezing jonge deken

    • Uitreiking schuttersprijzen

De teerfeesten bij de Sint-Jorisgilde zijn een eeuwenoud gebruik. Naast de gildebroeders zijn ook de gildezusters welkom. Een bewijs hiervan wordt geleverd door een eertijds teruggevonden rekening van de “speelman” in het jaar 1619. Hoelang deze vaste dagen van teren reeds in gebruik zijn, is niet te achterhalen (allicht al meer dan 100 jaar…!). Feit is zeker, dat, door de eeuwen heen, de dag van Sint-Joris en ook Sinksen, hoofddagen (met vieringen) waren voor de gilde.

De Processies

De Sint-Jorisgilde van Brecht stapt elk jaar mee in de Sint-Leonardusprocessie (Sint-Lenaarts). Dit gebruik werd reeds vermeld in de Oude Caerte van 1600. Ook op Sacramentsdag (8 juni) ging de Sint-Jorisgilde mee in de processie (Brecht).
De volgorde van de processie kan je hier terugvinden.

Het Praatcafé

Sinds enkele jaren is het begrip “praatcafé” ingevoerd. Iedere eerste zondag van elke maand, vanaf 17u, staat het gildecafé open voor het brede publiek. Iedereen die iets wil nuttigen of samenkomen voor een gezellig gesprek of contact, is van harte welkom.

10

ANDERE GILDEN IN BRECHT

De Sint-Jorisgilde is de enige nog overgebleven en nog actieve gilde in Brecht. In het verleden was dat anders, er waren verschillende gildes:

  • St. Sebastiaangilde (opgericht in 1618)

  • St. Ursulagilde (opgericht in 1594)

  • St. Jansgilde (opgericht in de eerste helft van de 17e eeuw)

  • St. Antoniusgilde (opgericht in 1708)

  • St. Hubertusgilde (eerste helft van de 18e eeuw opgericht)

Wat weten we over deze gilden?

  • Ze hadden een wapen: de St. Sebastiaangilde had bv de handboog

  • Evenals bij de St. Jorisgilde, is er overal sprake van een hoofdman, dekens en koning

  • Er waren dus ook schutterijen, schietspelen of prijsschietingen

  • Schijnbaar werd er door meerdere van de gilden ook geschoten ter streke “Het Laar”, maar allicht niet op dezelfde plaats als “Den Doel” van de Sint Jorisgilde

  • Bij elk van deze gilden werd ook melding gemaakt van een teerfeest. Dit gebeurde bijna altijd op de naamdag van de patroonheilige. Er werd meestal 2 dagen gefeest, er wordt melding gemaakt van menige tonnen bier, dat van “goede kwaliteit” moest zijn.

  • Ook een “speelman” wordt vernoemd…

  • Al leek het er steeds ontspannen aan toe te gaan, toch liep het weleens uit de hand… vaak lezen we dat iemand (of meerdere personen) voor de “vierschaar” gedaagd werden, na een ruzie, een verwijt, vloeken of beledigingen te uiten…

  • De Sint Jansgilde werd ook wel de Kolverniersgilde of Busgilde genoemd, haar ledenaantal in 1827 bedroeg slechts 12…

  • De Sint Hubertusgilde, waarvan weinig bekend is, maar toch bestond tot halverwege de 20e eeuw, had in het jaar 1882 maar liefst 132 leden (mannen en vrouwen)

  • De Sint Antoniusgilde werd opgericht in Juxschot (later: Sint Antonius Brecht, later Sint Antonius Zoersel). Een andere benaming was de Sint Ambrosiusgilde, aangezien ook deze heilige vereerd werd. St. Ambrosius (naamdag 7 december) was de patroon voor bijboeren, vandaar: de Biegilde.

  • De meeste van deze gildes hadden in de Sint- Michielskerk hun eigen altaar (zeker Sint -Sebastiaan en Sint- Ursula).

Hoewel al deze gildes hebben bestaan, met hun eigen gewoonten en folklore, toch zijn ze één voor één verdwenen. Ze hadden geen “Caerte” zoals de Sint- Jorisgilde en ook hun geschiedenis gaat minder ver terug. Ook van speciale kleding wordt geen melding gemaakt.

Was er rivaliteit tussen de gildes? We vinden dit woord éénmaal terug, kan ook moeilijk anders… maar hebben toch de indruk dat het er vrij “vredig” aan toe ging!

11

de kempische gilden

Evenals in Brecht, heeft het gildeleven in veel Kempische gemeenten een weelderige bloei gekend, en nog! Om een zekere éénvormigheid te bereiken, werden de koppen bijeengestoken tussen de besturen van de gilden in de Kempen, en dit leidde tot de oprichting van:

De Kempische Congressen

De initiatiefnemer was een zekere Turnhoutenaar, stadsarchivaris en kannunik: J. Janssen. Hij richtte een groep mensen op, waaronder een zekere Jozef Ernalsteen, met een grote belangstelling tot het Vlaamse volksleven. Ze hadden als doel: de oude volkscultuur uit het slop halen en opnieuw tot bloei brengen.

Gelukkig kregen ze de medewerking van de hoofdmannen van de gilden. Dit leidde tot georganiseerde bijeenkomsten: De Kempische Congressen.

Een overzicht:

  • 1e Congres: 1922 Turnhout

  • 2e Congres: 1925 Brecht (er was een optocht!)

  • 3e Congres: 1928 Geel

  • 4e Congres: 1931 Essen

  • 5e Congres: 1935 Westerlo

  • 6e Congres: 1937 Hoogstraten

  • 7e Congres: 1952 Mol

 

De Hoge Gilderaad der Kempen

Op het 7e congres in Mol, werd besloten tot de oprichting van de Hoge Gilderaad der Kempen (op 3 februari 1952).
Dit is een officieel orgaan, met aan het bestuur: “De Raad der Hoofdmannen”.

Dit dagelijks bestuur noemt men de “WET”. Het voorzitterschap van deze raad wordt uitgevoerd door de “Opperhoofdman”. Hij wordt bijgestaan door onder andere 5 Opperdekens, 5 Opperkoningen, de Houder van het landjuweel en anderen…

De doelstelling van deze hoge gilderaad is:

  • De samenwerking tussen de gildes in stand houden

  • Sluimerende gildes doen herleven

  • Grondgedachte van “broederschap” in ere houden

  • Bewaren van oude tradities

  • Waken over gildebezittingen

  • Inrichten van jaarlijkse gildefeesten en van de vijfjaarlijkse landjuwelen

Voor onze Sint Jorisgilde van Brecht, is het belangrijk te weten, dat vanaf 1952, tot aan zijn overlijden, Rene van Ostayen , hoofdman van Brecht, tevens opperhoofdman van de Hoge Gilderaad der Kempen was.

Heden ten dagen, is onze koning, Stefaan Joosen, opperkoning. Ook andere Brechtenaren droegen deze belangrijke titel in het verleden:

  • Alfons Bogaerts

  • Henri Bogaerts

  • Kris van Looveren

  • Jef Aernouts

Meer informatie over de Hoge Gilderaad der Kempen op hun website: www.hogegilderaadkempen.be
of via onze contacten harry.vanderhenst@telenet.be (opperhoofdman) en joboenders@telenet.be (hoofdgriffier).

Orde van de papegaai en trouw

Deze orde werd in 1975 ingesteld, en heeft tot doel: “…diegenen te eren welke door hun fysieke inzet of morele steun bijdragen tot de instandhouding en uitstraling van gilden of schutterijen, of zich verdienstelijk maken bij deze verenigingen”. Concreet gezien, komt het erop neer dat verdienstelijke gildebroeders een ereteken ontvangen. De voorwaarden hiertoe zijn:

  • actieve gildebroeder zijn

  • een lange staat van verdiensten (“trouw aan de gilde”)

  • een speciale functie gedurende meerdere jaren.

Het ereteken dat wordt uitgereikt is:

  • voor 25 jaar trouw aan de gilde: een zilveren papegaai (eerste ereteken)

  • voor 40-50-60 jaar trouw aan de gilde: een zilveren papegaai+ een schild met gravure (tweede ereteken). Voorheen was dit ereteken een gouden papegaai, maar sinds enkele jaren is dit gewijzigd.

De gildebroeders die een ereteken ontvingen, worden geacht dit te dragen bij officiële gilde-aangelegenheden of bijeenkomsten. Traditioneel vindt deze uitreiking plaats op de eerste zondag van mei, tijdens een academische zitting. De organisatie, inrichting, uitreiking en administratie van dit plechtig evenement, berust bij de Hoge Gilderaad der Kempen.

12

Gildefeesten - SCHIETSPEL - LANDJUWEEL

De Hoge Gilderaad der Kempen richt ieder jaar 1 gildefeest en 1 schietspel in.

Gildefeest

  • Gaat over 2 dagen

  • Zaterdag:

    • Schietwedstrijden

  • Zondag:

    • Eventueel kerkdienst

    • Optocht

    • Wedstrijden in vendelen, roffelen, Kempisch dansen


      De optocht of “Schoon Inkomen”: hierin is onze Sint-Jorisgilde erg gewaardeerd.
      Dit komt door:

    • onze specifieke kledij (zwart hemd, rood vestje, zwarte schoenen, zwarte muts, tabbaarden)

    • ons groot aanbod aan bogen en andere attributen, door de verschillende gildebroeders gedragen:

      • ruiter met vlag

      • alferis of vendelier

      • groot en klein kartel

      • hoofdman, dekens, met specifiek attribuut (stok)

      • koning, keizer(s), met specifiek gewaad (breuk)

      • rotentrekker

      • oudermans, ook met specifiek gewaad (stok)

      • trommelaar

      • doedelzakspeler

      • maagdekens, die de gewonnen landtrofeeën dragen

      • schutters

Schietspel

  • Gaat over 1 dag

  • Zondag: enkel schutterij, meestal tussen 2 naburige gilden.

De locatie van het gildefeest en van het schietspel wordt door de WET bepaald, en gebeuren dus jaarlijks.

 

Landjuweel

  • 1x om de 5 jaar

  • 2 dagen (zaterdag en zondag)

  • De organisatie gebeurt in het dorp dat de laatste keer het Landjuweel won (dus de houder van het Landjuweel)

  • Disciplines bij het Landjuweel:

    • Schutterij (zaterdag en zondag)

    • Eventueel H. Mis en academische zitting

    • Zondag:

      • Schoon inkomen: optocht waaraan alle aanwezige gilden deelnemen, in hun typische klederdracht

      • Dansen: vele gilden hebben een dansgroep. Het gaat dan over “gemengde groepen”: mannen en vrouwen. Aangezien onze Sint-Jorisgilde een mannengilde is, komt deze discipline bij ons niet aan bod. Toch dient vermeld, dat een 30-tal jaren geleden, door onze gilde een mannendans opgevoerd werd (de bezemdans), met uiteraard enkel mannen!

      • Roffelen

      • Vendelen

      • Nieuwe vlaggen en beelden

      • Nieuwe breuken en registers

    • Voor de toekenning der punten worden ook de resultaten van de voorbije 4 jaren (gildefeest, schietspelen) in acht genomen

De gilde die het Landjuweel wint, krijgt uiteraard een voorname prijs. Dit pronkstuk is geen wisselprijs, maar wordt eigendom van de gilde die het behaalde. Het betreft een waardevolle creatie in tin. Onze Sint Jorisgilde van Brecht, behaalde afgelopen eeuw maar liefst 5 maal het Landjuweel:

  • In 1931: Essen

  • In 1937: Hoogstraten

  • In 1952: Mol

  • In 1958: Rijkevorsel

  • In 1975: Herentals

Belangrijk te vermelden, is dat er reeds sprake was van “Landjuwelen” in de vroegere eeuwen. Op deze Landjuwelen was de Sint Jorisgilde van Brecht steeds aanwezig. Het is bekend dat onze gilde zilveren schalen won op het Landjuweel in Oosterhout, op de eerste zondag van september in 1565.

Allicht is er een periode geweest waarin er geen Landjuwelen plaatsvonden. Maar, onder impuls van de Kempische Congressen, werden deze Landjuwelen heringericht (1931 Essen), later voortgezet door de Hoge Gilderaad der Kempen.

13

het lijkbier

Helaas wordt de gilde ook geconfronteerd met het overlijden van een gildebroeder(s). Ook hier is een opmerkelijke traditie, die reeds eeuwenoud is (al beschreven in de Oude Caerte van 1600):

  • Als de overledene thuis opgebaard is, wordt de kist aldaar afgehaald door 2 (of meer) gildebroeders.

  • De gildebroeders dragen de kist in de kerk, gevolgd door de andere aanwezige gildebroeders, dan komt de familie en nabestaanden.

  • Na de kerkdienst draagt de gilde de kist naar buiten en gaat tevens voorop naar het kerkhof.

  • Nadien keren de gildebroeders terug naar hun lokaal, en wordt verwacht dat de familie van de overledene hun “vrij” houdt (= trakteert). Dit noemt men dan: het Lijkbier.

  • De families die dit niet doen, worden met de vinger gewezen…

De eerste keer dat we de term Lijkbier” terugvinden is in 1665. Pastoor Joannes Bouckaert, gildebroeder, overleed op 23 juli 1665, en had in zijn testament laten opnemen dat de gildebroeders, na zijn begrafenis, mochten beschikken over “twee fijne tonnen bier, elck van sesse gulden”. Schijnbaar heeft de uitvoerder van het testament, Notaris Jacobus Gerardi, zijn werk niet goed gedaan…want de gildebroeders hebben nooit van het “fijne Lijkbier” geproefd…!

Was dit het begin van de traditie van het “Lijkbier”, het zou kunnen, maar allicht bestond de gewoonte al eerder.

SLOT

Als inwoners van Brecht, mogen we terecht fier zijn op ons rijk historisch verleden.

Enerzijds kunnen we terugblikken op de “gouden 16e eeuw”, met onze vermaarde geleerden: Custos, Mudeaus, Lessius en Van der Noot. Ze zetten Brecht op de kaart door hun kennis en uitstraling.

Anderzijds herbergt Brecht een prachtig patrimonium van mooie en historische gebouwen: de Sint-Michielskerk, het museum, de standbeelden, de eeuwenoude kapellen van de Locht en het Heiken, oude hoeves zoals de Broeigans, de Waterhoeve, het Verbrand Hof,….

Bij deze opsomming lijkt het ons niet ongepast, om onze “Gilde van de Edelen Ridder Sint -Joris binnen Brecht” op te nemen, en tevens als Brechts erfgoed te beschouwen. Het feit dat onze vereniging allicht reeds bestond voor 1371, een rijkdom heeft van tradities en geplogenheden, en deze, door de eeuwen heen in standhield, is tegelijk opmerkelijk en verbazend. Met eerbied en dankbaarheid blikken we dan ook terug op onze gildebroeders die ons zijn voorgegaan om de gilde op te richten en in stand te houden. Aan onze generatie, en, hopelijk, nog vele generaties, om zo voort te doen.

Wij hopen, beste lezer, dat U genoegen hebt gevonden in de voorstelling (met woord en foto’s) van onze gilde, en nodigen U graag uit om ter plaatse de gildesfeer op te snuiven. Van harte welkom.

Namens:

De hoofdman, Achiel Van Ballaert

En diegene die eraan meewerkten, namens de Sint Jorisgilde:

Jos Goetstouwers
Jos van Dijck
Marcel Vrints

En verder:

Marcel Lippens
Sam Goetschalckx